De 3* opleiding (Opleidend tot een 3* duiker c.q. divemaster)

De 3* opleiding als vervolgopleiding van de NOB op het 2* duikbrevet is een opleiding waarin de cursist verdieping gaat aanbrengen t.a.v. zijn eerdere duikervaring. Daarnaast heeft de 3* duiker een aantal functies die hij kan bekleden zoals adviseur met betrekking tot duikmaterialen; ondersteuning tijdens de opleidingen; organiseren en coördineren van duikevenementen. In deze opleiding wordt hij/zij daarop voorbereid.

Om de 3* opleiding succesvol te doorlopen is het van belang dat niet meteen na het behalen van het 2* brevet begonnen wordt met deze opleiding. Daarom wordt het ingangsniveau verruimd (dus niet alleen in het bezit van een 2* brevet) met enige duikervaring na het behalen van het 2* brevet. Dit ter beoordeling van de instructeursgroep.

Om te starten met de 3* opleiding dient de cursist:

  • lid zijn van de vereniging (en dus van de NOB)
  • de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt
  • 2* duikbrevet
  • duikervaring (ter beoordeling)

Daar de opleiding verdiepend is en meer de aandacht richt op advisering, organisatie en coördinatie moet rekening worden gehouden met een opleidingstraject van circa 2 maanden. Hierin worden theorielessen en toetsen, binnenwatertrainingen en buitenwaterduiken gepland. In onderstaand overzicht wordt specifiek het opleidingsplan binnen de OWSV De Poolduikers toegelicht.

Theorie

Binnenwatertraining

Buitenwaterduiken

Materialenkennis

   

Advisering duikuitrusting

   

Assistentie tijdens opleidingen

Instructievaardigheden 1

Begeleiding tijdens opleiding 1

 

Instructievaardigheden 2

Begeleiding tijdens opleiding 2

Organiseren en coördinatie duikevenement

 

Organiseren en coördineren duik 1

Toets assisteren tijdens opleidingen en organisatie c.q. coördinatie van duikevenementen

 

Organiseren en coördineren duik 2

Decompressie 1

   

Decompressie 2

Luchtverbruik en decoboei

Decompressieduik 1

Decompressie 3

 

Decompressieduik 2

Toets decompressie

   

Een specifieke toelichting op bovenstand schema volgt hieronder:

Gestart wordt met het verdiepen in materiaalkennis (het is een vervolg op wat er eerder in de opleidingen over materialen is verteld) daar een 3* duiker voldoende kennis dient te beschikken om lager gebrevetteerden te adviseren over de aanschaf van de diverse uitrustingsstukken en de daarbij aanwezige mogelijkheden (hoofdstuk 1 en 4). Zowel theoretische verdieping alsook een rollenspel waarbij de cursist de adviseur is, horen bij dit onderdeel

De 3*-duiker kan de instructeur assisteren bij het opleiden van duikers. Hoe doe je dat? En waar moet je rekening mee houden? Dit zijn vragen die in hoofdstuk 2 aan de orde komen. Als 3* duiker wordt van je verwacht dat je duiken op een verantwoorde wijze kunt organiseren en coördineren (duikleider) binnen de vereniging en wellicht ook daarbuiten. Naast de theorie wordt van de cursist verwacht dat hij/zij bij 2 opleidingsduiken een instructeur ondersteunt en 2 duiken onder supervisie van een instructeur organiseert en coördineert.  Indien er meerder cursisten de 3* opleiding volgen, worden er afspraken gemaakt om evt. ook in teamverband duiken te organiseren.

Tenslotte is er het omvangrijke hoofdstuk 3 over de laatste inzichten in de decompressietheorie.

Er wordt uitgelegd wat de huidige stand van zaken is in de decompressietheorie, welke theorieën er zijn en met name wat die theorieën betekenen voor de manier waarop de cursist duikt. Weet de cursist met welk decompressiealgoritme zijn duikcomputer rekent? En weet hij eigenlijk wel precies hoe zijn computer werkt? Welke factoren hebben invloed op het ontstaan van decompressieziekte en hoe kan de cursist dat vertalen naar ‘zo veilig mogelijk duiken’? De cursist krijgt kennis aangereikt, maar wordt niet verplicht een decompressieduik te maken: daarvoor is de specialisatie Decompressieduiken bedoeld. In de 2 diepe duiken wordt geoefend met het berekenen en uitvoeren van een Pyle-stop. Als voorbereiding hierop wordt in het binnenwater geoefend met het berekenen van het eigen luchtverbruik en de decompressieboei.

Indien er meer instructiemomenten nodig zijn om de vereiste kennis en vaardigheden onder de knie te krijgen, worden deze in overleg met de cursistengroep afgesproken. Er is geen specifiek moment waarop de opleiding in enig kalenderjaar wordt gegeven. Het tijdstip zal worden bepaald door de instructeursgroep.

De cursuskosten bedragen € 250,-- (2007)(er wordt een kortingsregeling gehanteerd die gebaseerd is op duur van het verenigingslidmaatschap). Dit bedrag is inclusief:

  • opleidingspakket NOB (3* boek + brevetregistratiekaart)
  • theorielessen
  • theorietoetsen
  • aanvullend theoretisch materiaal (indien noodzakelijk)
  • begeleiding binnenwaterlessen
  • begeleiding buitenwaterduiken
  • evt. in bruikleen duikfles
  • evt. in bruikleen octopusset (console en ademautomaat)
  • evt. in bruikleen decompressieboei

Dit bedrag is exclusief:

  • reiskosten
  • entreegelden duiklocaties
  • aanschaf op lenen overige uitrustingsstukken dan hierboven genoemd
  • servicekosten bruikleen octopusset (circa € 60,--)

In een opleidingscontract worden bovenstaande afspraken tussen cursist en vereniging formeel vastgelegd. Tenslotte: om als 3*-duiker gebrevetteerd te worden moet de cursist in totaal 60 duiken in het logboek hebben staan. De duiken uit de 1 2 en 3* opleidingen tellen hiervoor mee. Op de site van de NOB kan worden bekeken welke vervolgopleidingen (brevet c.q. specialisatie) mogelijk zijn.

Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met de opleidingscoördinator van de vereniging